Zonder aangifte moet dga zakelijkheid lening aannemelijk maken

In deze zaak hadden een dga en zijn echtgenote een lening verstrekt aan één van de werkmaatschappijen van hun holding. Toen de dga geen aangifte inkomstenbelasting indiende, legde de inspecteur een ambtshalve aanslag op. Daarna deed de dga alsnog aangifte, waarin hij de lening aan de werkmaatschappij afwaardeerde. De inspecteur nam de aangifte als bezwaarschrift in behandeling, maar ging niet akkoord met de afwaardering van de lening.
De rechtbank stelde dat het normaal gesproken aan de inspecteur is om aan te tonen dat een lening onzakelijk is. Maar omdat de dga geen aangifte had gedaan, lag de bewijslast nu bij de dga. En volgens de rechtbank was de dga er niet in geslaagd om aan te tonen dat de lening zakelijk was. Hij had enkel gesteld dat de lening voortvloeide uit in het verleden gemaakte afspraken, maar hij kon dit niet onderbouwen met een leenovereenkomst. Ook kon hij niet aantonen dat er zekerheden waren gesteld. Bovendien was er nooit op de lening afgelost en werd de rente telkens bijgeschreven. Daarom oordeelde de rechtbank dat de lening onzakelijk was en dat de dga geen afwaardering mocht toepassen.
Bron: Rb. Den Haag, 5-02-2018 (gepubl. 4-01-2019)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *