Grote ondernemingen moeten MKB en zzp’er sneller betalen

Staatssecretaris Mona Keijzer reageerde tijdens het algemeen overleg van de Tweede Kamer op een brief die MKB-Nederland eerder had gestuurd met zorgen over oplopende betalingstermijnen. Inmiddels is het aantal dagen opgelopen tot 41,5 dagen. De staatssecretaris is het eens met het MKB en zzp’ers dat zij sneller hun geld moeten krijgen.
Sinds 16 maart 2013 moeten bedrijven, zonder dat er iets is vastgelegd over de betalingstermijn, facturen binnen dertig dagen aan elkaar betalen. Indien van de betalingstermijn wordt afgeweken moet dit in een overeenkomst worden vastgelegd tot een maximumtermijn van 60 dagen. Hiervan mag niet worden afgeweken tenzij aangetoond kan worden dat een langere betaaltermijn voor geen van beide partijen nadelig is. De overheid is nu al verplicht om binnen dertig dagen te betalen.
Bron: Min. van EZK, 26-4-2019

Standaard-karakter cao verzet zich tegen OR-afspraken

APMTR houdt zich bezig met de ontwikkeling en de commerciële exploitatie van een containerterminal. Haar activiteiten bestaan uit laad-, los- en overslagactiviteiten voor de zeevaart. APMTR heeft voor haar werknemers een ondernemings-cao gesloten met de vakbonden (hierna: de cao). Deze had een looptijd van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2017. FNV heeft APMTR voor de rechter gedaagd omdat partijen zijn verdeeld over de vraag of het standaardkarakter van een cao zich verzet tegen afspraken tussen werkgever en werknemers (via de OR) over zaken die niet in de cao zijn geregeld.
De aanleiding voor de procedure vormde het vastgelopen sectoroverleg over werkgelegenheid in de containersector. APMTR heeft toen in samenspraak met de OR een eigen werkgelegenheidsprogramma opgesteld (het ‘Akkoord’). Naar aanleiding van dit Akkoord is op 7 januari 2016 door APMTR een aanvulling op de individuele arbeidsovereenkomst (de ‘Aanvulling’) opgesteld. APMTR had de Aanvulling aan al haar werknemers verstuurd met het verzoek daarmee in te stemmen. Circa 85% van de werknemers van APMTR had met de Aanvulling ingestemd. Volgens de vakbonden staat het standaardkarakter van de cao niet toe dat deze afspraken worden gemaakt, ook niet als werknemers hier per saldo beter van worden.
Het hof oordeelt dat het standaardkarakter van de cao zich inderdaad tegen toepassing van de Aanvulling verzet. Dat het beroep op de nietigheid van art. 12 Wet CAO naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, wordt door het hof verworpen. De gevolgen van deze uitspraak blijven beperkt tot de gebonden werknemers.
Bron: Hof Den Haag 2-4-2019

KIA eerst berekenen, dan verdelen over vennoten

Een ondernemer drijft samen met zijn broer een vof. In 2016 geeft de vof bijna € 120.000 uit aan investeringen. Volgens de tabel in de wet is de KIA in zo’n geval gelijk aan een vast bedrag minus 7,56% van het bedrag waarmee de investering € 103.748 (grensbedrag in 2016) overschrijdt. De man meent de vermindering niet van toepassing is, omdat zijn aandeel in de investeringen nog geen € 60.000 is en dus onder de grens blijft. Hij wil dus de maximale KIA claimen. Overigens neemt hij als subsidiair standpunt in dat hij recht heeft op het vaste bedrag van de KIA minus de helft van de vermindering. Hij motiveert zijn standpunt door te verwijzen naar andere rechtspraak. Deze rechtspraak ziet echter op situaties met buitenvennootschappelijk vermogen, aldus het hof. In deze zaak is dat niet aan de orde. Daarnaast meent het hof dat de uitleg van de ondernemer in strijd is met het doel van de wet: voorkomen dat een andere samenwerkingsvorm leidt tot een hogere KIA. Het hof oordeelt dat de Belastingdienst terecht is uitgegaan van de KIA over het totale investeringsbedrag. Pas na deze berekening, moet de verdeling onder de vennoten plaatsvinden.
Bron: Hof Den Haag 3-4-2019

Bezwaren box 3-heffing IB 2018 aangewezen als massaal bezwaar

De verwachting is dat belastingplichtigen massaal bezwaar zullen maken tegen de box 3-heffing over 2018. Gelet op de nog lopende massaalbezwaarprocedures over de belastingjaren tot en met 2017 heeft Snel besloten om ook de bezwaren tegen de box 3-heffing over 2018 aan te wijzen als massaal bezwaar. Het gaat hierbij uitsluitend om bezwaren tegen de vermogensrendementsheffing in het belastingjaar 2018, met als rechtsvraag of de heffing in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en/of het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM.
Belastingplichtigen die willen deelnemen aan de massaalbezwaarprocedure 2018 omtrent de berekening van de box 3-heffing over 2018 moeten altijd individueel én tijdig bezwaar maken tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2018.
Bron: MvF, 18-4-2019

Veel ‘verborgen matches’ bij moeilijk vervulbare vacatures

Dat is de conclusie van onderzoek dat AWVN samen met adviesbureau Deloitte en UWV heeft gedaan naar ‘verborgen matches’ op de arbeidsmarkt. Het gaat met name om mensen die korter dan zes maanden WW hebben, op dit ogenblik zo’n 130.000. In het onderzoeksproject leverde AWVN kennis over functies vanuit het functiewaarderingssysteem ORBA, UWV kennis over vacatures en beschikbare personen en Deloitte deed de data-analyse.
Kern van het onderzoeksproject is dat op een andere manier naar beroepen en vacatures wordt gekeken. In het onderzoek werd vooral gekeken naar wat iemand kan en wat zo iemand nog zou moeten leren om een andere bepaalde functie uit te oefenen. Voorbeelden van functies die op competentie- en taakniveau goed met elkaar matchen, zijn: deadministratief medewerker, die 69% matcht met de taken en competenties van een inkoopmedewerker, en de eventcoördinator die zelfs voor 71% matcht met die van een expediënt (een expeditiemedewerker).
Volgens UWV stonden er eind 2018 ongeveer 253.000 vacatures open, waarvan 190.000 zijn bestempeld als krap, wat betekent dat er weinig kandidaten zijn en veel vacatures. Op hetzelfde moment is er een groep mensen die geen werk kan vinden. Het kan zeer waardevol zijn om deze mensen te laten zien naar welke kansrijkere beroepen zij zouden kunnen overstappen op basis van hun competenties en de taken die bij de beroepen horen.
Er is gekeken naar functieprofielen van 274 verschillende functies die circa tweederde van de Nederlandse vacaturemarkt beslaan. Deze profielen zijn afkomstig uit ORBA, het functiewaarderingssysteem dat is ontwikkeld door AWVN. Een functieprofiel bestaat uit een aantal vaste onderdelen, zoals de taken die horen bij de functie, de competenties die een persoon moet hebben en het vereiste werk- en denkniveau. Voor de analyse zijn de teksten waarin de taken zijn omschreven van de functies geanalyseerd met een tekstvergelijkbaarheidsalgoritme. Voor iedere functiecombinatie levert die analyse een vergelijkbaarheidsscore op. Daarnaast is er gekeken naar de overeenkomst op basis van gevraagde competenties. Van alle functiematches worden alleen matches voorgesteld die op beide vergelijkbaarheidscriteria hoog scoren en die een overbrugbaar verschil hebben in werk- en denkniveau.
Bron: AWVN, 17-4-2019

Lange termijn voor opvragen schriftelijke bescheiden

Een echtpaar verhoogt in 2007 de hypothecaire lening voor hun woning met € 93.500 tot € 468.000. In hun aangiften vermelden zij dat de verhoging verband houdt met een verbouwing van hun woning, maar kunnen dit niet met schriftelijke bewijsstukken onderbouwen. In eerste instantie volgt de inspecteur de aangiften. Later vraagt de inspecteur toch om schriftelijke bewijsstukken ter onderbouwing van de kosten voor de eigen woning. Hof Den Bosch heeft geoordeeld dat het door de Belastingdienst volgen van aangiften over bepaalde jaren, niet automatisch met zich meebrengt dat belastingplichtigen niet meer met schriftelijke stukken hoeven aan te tonen dat de uitgaven kwalificeren als kosten eigen woning. Wel geeft het hof aan dat de inspecteur zijn rechten heeft verwerkt om stukken op te vragen, omdat hij dat pas na afloop van de navorderingstermijn doet. De Hoge Raad is het met het laatste oordeel van het hof niet eens. In de wet is niet opgenomen dat de inspecteur de schriftelijke bewijsstukken moet opvragen binnen zes jaar of binnen de navorderingstermijn. Daar doet niet aan af dat de inspecteur in andere jaren de aftrek van de rente wel heeft geaccepteerd. Alleen als het echtpaar aannemelijk kan maken dat het volgen door de inspecteur van de aangiften in andere jaren op een weloverwogen standpunt van de inspecteur berust, is de rente toch aftrekbaar. Dit heeft het echtpaar niet gedaan.
Bron: HR 19-4-2019

Werkgevers willen niet alleen betalen voor ouderschapsverlof

De richtlijn bepaalt dat ouders ten minste twee maanden betaald verlof moeten krijgen. Landen hebben drie jaar de tijd om dit te regelen.
Eerder heeft de SER zich uitgesproken over betaald verlof. Dat moet er komen als dat nodig is voor een betere verdeling van de zorg tussen mannen en vrouwen, en een hogere arbeidsparticipatie van vrouwen, aldus de SER.
Het verlof zou moeten worden geconcentreerd in het eerste levensjaar van het kind. ‘En als we besluiten dat dat van breed maatschappelijk belang is, moet de bekostiging van het verlof ook uit de algemene middelen komen’, stellen VNO-NCW en MKB-Nederland.
In de Europese work-life balance-richtlijn waarover is gestemd, is ook tien dagen betaald partnerverlof opgenomen. In Nederland heeft het kabinet dit jaar het volledig betaald (door de werkgever) partnerverlof verlengd van twee naar vijf dagen.
Daarnaast komt per 1 juli 2020 de mogelijkheid om vijf weken aanvullend verlof op te nemen met doorbetaling van 70% van het salaris. Dit wordt door het UWV betaald en gefinancierd uit de Aof-premie (Arbeidsongeschiktheidsfonds).
Bron: VNO-NCW, 8-4-2019

Fiscale eenheid OB kan ook bij geringe gezamenlijke activiteit

Drie stichtingen vormden een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Verreweg de belangrijkste activiteit is het aanbieden van basisonderwijs, want ongeveer 99% van de inkomsten had betrekking op deze activiteit. De resterende 1% van de inkomsten werd behaald met de verhuur van leegstaande leslokalen. Eén van de stichtingen richtte een bv op die zich ging bezighouden met schoonmaakwerkzaamheden, waaronder de schoonmaak van de verhuurde leslokalen.
De drie stichtingen wilden de bv opnemen in de bestaande fiscale eenheid. De inspecteur stond dit niet toe, maar het hof oordeelde anders. Het hof vond namelijk dat er vanwege de schoonmaak van de verhuurde leslokalen sprake was van een gezamenlijk uitgevoerde economische activiteit. Dat de inkomsten hiervan in relatieve zin minimaal waren, deed hier niets aan af. Er geldt namelijk geen minimumomvang voor de gezamenlijke activiteit. De uitbreiding van de fiscale eenheid is dan ook mogelijk als er sprake is van voldoende organisatorische, financiële en economische verwevenheid. Het hof oordeelde dat dit daadwerkelijk het geval was en dat de fiscale eenheid daarom mocht worden uitgebreid met de bv.
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden, 2-4-2019

Aanpassing box 3-heffing niet eenvoudig

Het systeem van de vermogensrendementsheffing kan alleen zodanig worden aangepast dat op basis van het werkelijke rendement wordt geheven als concessies worden gedaan aan de genoemde uitgangspunten. Ook heeft deze heffingssystematiek verregaande gevolgen voor zowel burgers als de Belastingdienst. Daarom gaat het niet lukken om op korte termijn een nieuw heffingssysteem in te voeren. Wel gaat de staatssecretaris nog meer onderzoek doen. Later dit jaar verwacht hij daar meer over te kunnen zeggen.
Snel noemt in zijn brief aan de Tweede Kamer enkele mogelijke varianten, zoals een vermogensaanwas- of vermogenswinstbelasting, het belasten van het werkelijke spaarrendement, het werken met de heffingsgrondslag van het voorgaande jaar (zodat de kwaliteit van de vooringevulde aangifte behouden blijft) en een verkleining van de groep belastingplichtigen.
Bron: MvF, 15-4-2019

Fors minder pensioen voor vrouwen

Mannen komen gemiddeld uit op een hoger te bereiken pensioen dan vrouwen, namelijk € 13.700 tegen € 9.200. Gemiddeld is het te bereiken pensioen voor mensen van 25 jaar tot de AOW-leeftijd € 11.600 bruto per jaar. Dat blijkt uit de pensioenaansprakenstatistiek van het CBS.
Eind 2016 hadden ruim 8,9 miljoen personen van 25 jaar tot de AOW-leeftijd één of meer aanspraken op levenslang ouderdomspensioen bij een Nederlandse pensioenuitvoerder.
Gemiddeld was eind 2016 het reeds opgebouwde pensioen voor mensen van 25 jaar tot de AOW-leeftijd € 6.000 bruto per jaar, voor mannen € 7.400 en voor vrouwen € 4.400. Dat betekent dat mannen gemiddeld ongeveer 40% meer pensioen hebben opgebouwd dan vrouwen. In de leeftijdsklassen tot 40 jaar is het verschil tussen mannen en vrouwen klein, daarna neemt het toe. In de leeftijdsklasse van 60 jaar tot de AOW-leeftijd, waarbij het gaat om mensen die binnen afzienbare tijd met pensioen zullen gaan, is het verschil 55%. Mannen van 60 jaar en ouder hebben € 14.900 bruto per jaar opgebouwd, vrouwen van 60 jaar en ouder € 6.800.
Bron: CBS, 9-4-2019