Emigratie zeer relevant bij verstrekken lening aan bv

In deze zaak had een man een aanmerkelijk belang in een bv, die op haar beurt weer een meerderheidsbelang had in een andere bv. Beide bv’s waren in Nederland gevestigd. In 2006 emigreerde de man naar België, waardoor hij op grond van de Nederlandse wet werd geacht zijn aanmerkelijk belang fictief te hebben vervreemd, waarna de Belastingdienst hem een conserverende aanslag oplegde.
In 2009 verstrekte de man twee leningen van in totaal € 140.000 aan de dochter-bv van zijn bv, waarna hij in 2011 een waardedaling van zijn vordering op de bv wilde aftrekken als negatief resultaat uit overige werkzaamheden. De Belastingdienst stelde zich echter op het standpunt dat België heffingsbevoegd was ten aanzien van dit verlies en de Hoge Raad was het hiermee eens. Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en België worden vervreemdingsvoordelen uit een aanmerkelijk belang alleen in Nederland belast voor zover de waardeaangroei vóór de emigratie is ontstaan. Doordat deze bepaling ook geldt ten aanzien van schuldvorderingen van een ab-houder op zijn bv, was de afwaardering uitsluitend aftrekbaar voor zover de waardedaling vóór de emigratie was ontstaan. Omdat de leningen pas na de emigratie waren verstrekt, was de afwaardering niet aftrekbaar van de Nederlandse belasting.
Bron: HR, 15-3-2019

Loonafspraken in nieuwe cao’s weer hoger

In 2019 lopen in totaal 415 cao’s af voor 3 miljoen werknemers. Omdat in 2018 74 afgelopen cao’s niet zijn vernieuwd, kan het aantal nieuwe cao’s in 2019 hoger uitkomen dan 415.
AWVN raadt cao-onderhandelaars aan om vooral goed te blijven kijken naar de situatie in de eigen onderneming en eigen bedrijfstak. De bedrijfs(tak)specifieke situatie bepaalt hoeveel loonstijging er mogelijk is. In de bouw en de zorg worden de hoogste loonafspraken gemaakt, terwijl vervoer en landbouw hekkensluiters zijn.
Bron: AWVN, 14-3-2019

Navorderingsaanslagen IB door vrijval balansschulden btw

Een autohandelaar heeft op zijn balans per 31 december 2010 een omzetbelasting schuld van ruim € 104.483 opgenomen. Dit bedrag betrof tot totaal van de omzetbelastingschulden van een aantal jaren. De autohandelaar heeft geen suppletieaangiften ingediend. Na een boekenonderzoek heeft de inspecteur navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd voor de vrijgevallen omzetbelastingschulden. Bij Hof Arnhem-Leeuwarden was het de vraag of de vrijval van de omzetbelastingschulden en de toerekening aan de jaren correct was en of sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde. Het hof heeft in navolging van de rechtbank geoordeeld dat de inspecteur geen ambtelijk verzuim heeft begaan. Hij hoefde na een normale, zorgvuldige kennisname van de aangiften inkomstenbelasting over de verschillende jaren niet te twijfelen aan de juistheid van die aangiften. De bevindingen van het boekenonderzoek dat de Belastingdienst de omzetbelastingschulden die op de balans stonden niet meer kon naheffen, leverden nieuwe feiten op die navordering rechtvaardigden. In een werkinstructie van de Belastingdienst is aan inspecteurs omzetbelasting projectmatig aandacht gevraagd voor de samenhang tussen omzetbelastingschulden op de balans en aangiften omzetbelasting. De inspecteur inkomstenbelasting hoefde deze werkinstructie voor zijn collega’s omzetbelasting niet te kennen. Voorts heeft het hof geoordeeld dat omzetbelastingschulden vrijvallen in het jaar waarin de Belastingdienst niet langer kan naheffen. Eindigt het naheffingstijdvak op 31 december van een jaar, dan valt volgens het hof de omzetbelastingschuld vrij in de winst van het daaropvolgende jaar. Vervolgens begint de navorderingstermijn van vijf jaar te lopen voor de vrijgevallen omzetbelastingschuld in de winst. De Hoge Raad bevestigt de oordelen van het hof zonder nadere motivering.
Bron: HR 15-3-2019

Financieel cv moet werkzoekenden helpen

Dit plan lanceerde minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 12 maart 2019 op een banenmarkt in Gouda. Het gaat om regelingen als loonkostenvoordeel, de no-riskpolis, lage inkomensvoordeel, job coaching, loonkostensubsidie of een proefplaatsing. Werkzoekenden en werkgevers weten vaak niet precies waar zij recht op hebben en hoe groot hun financiële voordeel is.
Werkzoekenden hoeven slechts een paar gegevens in te voeren. De financieel cv-tool produceert automatisch een brief gericht aan de werkgever, met daarin de financiële voordelen de werkgever als hij de werkzoekende aanneemt.
Vooral ouderen, arbeidsgehandicapten en mensen uit de doelgroep banenafspraak kunnen baat hebben bij de tool. Zij kunnen de tool online invullen en de resultaten daarvan meesturen bij een sollicitatiebrief of bespreken bij een sollicitatiegesprek. Werkgevers kunnen de tool ook zelf invullen, aan de hand van gegevens die de werkzoekende aan hen verstrekt.
Bron: Min SZW, 12-3-2019

Bijtelling privégebruik auto is geen verboden importbelemmering

Een man krijgt van zijn werkgever eerst een Volkswagen Golf ter beschikking en na zeven tijdvakken een Volkswagen Tiguan. De Volkswagen Tiguan is een gebruikte auto die vanuit Duitsland is geïmporteerd. De werkgever past op het loon van de werknemer een bijtelling toe, omdat de werknemer de auto privé mag gebruiken. De werknemer stelt dat de toepassing van de bijtelling achterwege moet blijven. Zijn motivering is dat de bijtelling in strijd is met het Europees recht. De man stelt dat werknemers vaak zullen kiezen voor een nieuwe auto, omdat de fiscale bijtelling geen onderscheid maakt tussen nieuwe en gebruikte auto’s. Dit komt doordat de belasting op een gebruikte auto niet lager is dan de belasting op een nieuwe auto, aldus de man. Dit alles zou de import van gebruikte auto’s belemmeren. Het hof merkt om te beginnen op dat de bijtelling in beginsel afhankelijk is van de cataloguswaarde van de auto. Dit geldt zowel voor nieuwe als gebruikte auto’s, er is geen sprake van een verboden onderscheid. Vervolgens gaat het hof in of sprake is van verboden zijdelings fiscaal protectionisme. Vanwege de invoer van een gebruikte auto is BPM verschuldigd, maar deze is niet hoger dan voor een Nederlandse auto. Bovendien kan de bijtelling alleen aan de orde zijn als de werkgever de auto ter beschikking stelt aan een werknemer. Op het moment van invoer zal nog niet bekend zijn of de werkgever de auto ter beschikking zal stellen aan een werknemer. Laat staan dat dan al vaststaat dat de werknemer meer dan 500 privékilometers zal afleggen met die auto. Het hof oordeelt daarom dat geen sprake is van zijdelings fiscaal protectionisme. Ten slotte meent het hof dat de werknemer de schending van het Unierecht ten onrechte benadert vanuit zijn oogpunt. Het is namelijk de werkgever die de auto aanschaft en daarbij niet alleen denkt aan de belangen van de werknemer. Het hof verklaart het hoger beroep van de werknemer ongegrond.
Bron: Hof Den Bosch, 20-12-2018 (gepubliceerd 13-03-2019)

Verdubbeling budget voor persoonlijke ontwikkeling

Het aantal werknemers met een budget groeide van 1 miljoen naar 2,3 miljoen. Het gemiddelde budget waarover de betreffende werknemers jaarlijks beschikken, groeide tussen 2013 en 2018 van € 669 naar € 706. Daarnaast stellen veel regelingen tijd beschikbaar aan werkenden.
Werknemers mogen hun budget met grote keuzevrijheid besteden. Belangrijkste bestedingsdoelen zijn opleidingen, training, maatregelen die de persoonlijke werk-privébalans verbeteren en loopbaanadvies.
Over de besteding van de beschikbare budgetten zijn de werkgevers minder tevreden. Werknemers zijn nog te weinig met hun eigen inzetbaarheid bezig, zegt meer dan de helft van de werkgevers. Ook is het lijnmanagement vaak onvoldoende betrokken bij het thema om een stimulerende rol te kunnen spelen. Daarbij zijn de regelingen als zodanig in de ogen van veel werkgevers te ‘vrijblijvend’.
Bron: AWVN

Schadevergoeding voor kennelijk onredelijk ontslag was belast

In deze zaak werd een werknemer in 2013 ontslagen. Hierbij ontving hij een ontslagvergoeding. Na goedkeuring door de Belastingdienst werd de stamrechtvrijstelling toegepast en stortte de ex-werkgever het betreffende bedrag zonder inhoudingen in de stamrecht-bv van de werknemer. In februari 2014 sleepte de werknemer zijn ex-werkgever voor de rechter, die de ex-werkgever vanwege kennelijk onredelijke opzegging tot betaling van een schadevergoeding veroordeelde. De ex-werkgever betaalde dit bedrag uit, maar hield hierbij wel loonheffing in.
De Hoge Raad bepaalt dat de ex-werkgever hierbij juist heeft gehandeld, omdat het overgangsrecht voor het vervallen van de stamrechtvrijstelling niet van toepassing is. Dit overgangsrecht is namelijk alleen van toepassing als de aanspraak op de schadeloosstelling op 31 december 2013 voldoende is bepaald of bepaalbaar is. Dit is volgens de Hoge Raad niet het geval, aangezien de ex-werknemer in 2013 slechts de verwachting had dat hij een vergoeding zou gaan ontvangen vanwege een kennelijk onredelijk ontslag. Pas in 2014 is sprake van een belaste bate en komt vast te staan dat de schadevergoeding werd gebruikt voor een aanspraak op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon. Daarom is niet voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de stamrechtvrijstelling en moest de ex-werkgever bij uitbetaling van de schadeloosstelling inderdaad loonheffingen inhouden.
Bron: HR, 8-3-2019

Zzp’er meer kans op armoede

Van de werkenden in de leeftijd van 15 tot 75 jaar maakte 2,5% deel uit van een huishouden met een inkomen onder de kritische grens oftewel met risico op armoede. Dat komt neer op 188.000 personen. Het aandeel werkenden met een armoederisico is niet veranderd ten opzichte van 2016. Onder zzp’ers nam het armoederisico wel toe.
Het meeste risico lopen zelfstandigen die in deeltijd werken, maximaal 24 uur per week. Ook zzp’ers die meer uren in deeltijd werken lopen met een aandeel van rond 15 procent een verhoudingsgewijs hoog risico.
Bij de zzp-voltijders is het risico op armoede aanzienlijk kleiner, namelijk 1,1%. Werkenden met een niet-westerse achtergrond lopen beduidend meer risico op een laag inkomen dan werkenden met een Nederlandse achtergrond, zowel incidenteel als langdurig. Bij de tweede generatie is dat risico lager dan voor de eerste generatie.
Een hoger opleidingsniveau gaat gepaard met een lager armoederisico. De verschillen naar herkomst en opleidingsniveau zijn bij zzp’ers eveneens het meest uitgesproken.
Bron: CBS 5-3-2019

Conceptbesluit overgangsrecht bij no deal Brexit

Staatssecretaris Snel heeft het conceptbeleidsbesluit met fiscaal overgangsrecht bij een no deal Brexit naar de Tweede Kamer gestuurd. Als gevolg van de in dit besluit opgenomen algemene goedkeuring wordt het Verenigd Koninkrijk voor een aantal belastingwetten voor het lopende belastingjaar dan wel boekjaar nog beschouwd als deel uitmakend van de Europese Unie. Hierdoor blijft het huidige fiscale regime voor deze belastingwetten van toepassing als ware het Verenigd Koninkrijk nog steeds lid van de Europese Unie.
Het conceptbeleidsbesluit bevat zowel algemene als specifieke goedkeuringen.
De algemene goedkeuring geldt voor:

de Wet inkomstenbelasting 2001;
de Wet op de loonbelasting 1964;
de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen;
de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;
de Algemene wet inzake rijksbelastingen; en
de op deze wetten betrekking hebbende algemene maatregelen van bestuur, ministeriële regelingen en beleidsbesluiten.

De specifieke goedkeuringen hebben geen betrekking op de complete belastingwet maar op een specifiek onderdeel. Deze gelden voor:

het anoniementarief en de identificatieplicht in de Wet op de loonbelasting 1964;
de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992;
de Wet op de omzetbelasting 1968;
de Invorderingswet 1990; en
de op deze wetten betrekking hebbende algemene maatregelen van bestuur, ministeriële regelingen en beleidsbesluiten.

Voor de omzetbelasting, meer specifiek voor goederen die rond het tijdstip van de terugtrekking van het VK uit de EU onderweg zijn van of naar het VK, kan nog geen nationaal overgangsrecht worden vastgesteld. Dit overgangsrecht moet worden gebaseerd op guidelines van de Europese Commissie en die zijn nog niet vastgesteld. Dit wordt medio maart verwacht. Daarna zal het beleidsbesluit worden aangevuld.
Nieuwe gevallen
De overgangsregeling is primair bedoeld voor burgers en bedrijven waarvoor als gevolg van de no deal Brexit de (fiscale) situatie direct wijzigt (de bestaande gevallen). Voor nieuwe gevallen, bijvoorbeeld mensen die na 29 maart 2019 maar nog in 2019 naar het Verenigd Koninkrijk verhuizen, zou het standpunt kunnen worden ingenomen dat een overgangsregeling niet nodig is. Voor de Belastingdienst is het in de uitvoering echter moeilijk om gedurende de periode waarin de overgangsregeling van toepassing is, een onderscheid te maken tussen bestaande en nieuwe gevallen. Om die reden geldt de overgangsregeling gedurende het lopende belastingjaar 2019 of het lopende boekjaar ook voor nieuwe gevallen.
Bron: MvF 08-03-2019, Besluit overgangsregeling ivm Brexit

Herbeoordeling geldlening bij echtscheiding

In deze zaak was een dga gehuwd in gemeenschap van goederen. Tot de huwelijksgemeenschap behoorden onder andere de echtelijke woning en aandelen in twee bv’s waarvan de dga enig aandeelhouder en bestuurder was. In 2011 scheidden de dga en zijn vrouw. In het echtscheidingsconvenant stond dat de activa en een klein gedeelte van de hypotheekschuld aan de vrouw werden toebedeeld. De dga hield de aandelen in de twee bv’s. Ook nam de dga een groot deel van de hypothecaire leningen voor zijn rekening, zodat zijn ex-vrouw in de echtelijke woning kon blijven wonen. De leningen waren oorspronkelijk aangegaan voor de verwerving van de woning.
De dga wilde de betaalde rente op de overgenomen leningen in aanmerking nemen als kosten ter verwerving van ab-aandelen. De rechtbank moest bepalen welk deel van de overgenomen schulden kon worden toegerekend aan de toegedeelde ab-aandelen. De rechtbank stelde dat er aanvankelijk geen causaal verband was tussen de hypothecaire leningen en de ab-aandelen, maar dit causale verband kon alsnog zijn ontstaan door de verdeling van de huwelijksgemeenschap als gevolg van de echtscheiding. Als de dga alleen het aanmerkelijk belang zou hebben verkregen, zou hij zijn overbedeeld en zou hij een schuld aan zijn ex-echtgenote hebben gehad. En als hij vervolgens bij een bank geld zou hebben geleend om de schuld aan zijn ex-vrouw te voldoen, zou die schuld kwalificeren als schuld voor behoud van het aanmerkelijk belang. Daarom kon de betaalde rente in principe worden toegerekend aan de ab-aandelen. Wel oordeelde de rechter dat, als gevolg van de totale verdeling, de betaalde rente niet volledig toerekenbaar was aan het aandelenpakket.
Bron: Rb. Gelderland, 11-02-2019