Tweede Kamer stemt in met Wet arbeidsmarkt in balans

Een reeks amendementen was door de Tweede Kamer ingediend, waarvan drie zijn aangenomen. Een amendement van het Kamerliden Smeulders (GL) e.a. waarmee de voorgestelde verlenging van de maximale proeftijd bij een vast contract tot vijf maanden uit het wetsvoorstel wordt geschrapt, kreeg de steun van bijna de gehele Kamer (alleen FvD tegen). Vorige week was al duidelijk dat dit onderdeel van het wetsvoorstel niet de steun van de Tweede Kamer heeft.
Verder nam de Kamer het amendement van het Kamerlid Stoffer (SGP) e.a. aan. Dit amendement zondert bijbaantjes (maximaal 12 uur per week) van jongeren tot 21 jaar uit van de verhoogde WW-premie. Een ander aangenomen amendement van Stoffer e.a. regelt dat voor seizoensgebonden werk op grond van natuurlijke of klimatologische omstandigheden een uitzondering kan worden gemaakt (bij cao of op grond van een regeling van een bevoegd orgaan) voor de verplichtingen om bij wijziging van arbeidstijden loon te betalen en om na een jaar een contract met vaste arbeidsomvang aan te bieden. Ook kan volgens dit amendement een uitzondering worden gemaakt voor de verplichte oproeptermijn van vier maanden bij oproepovereenkomsten.
Bron: Tweede Kamer 5-02-2019

Burn-out niet alleen door werk

Onderzoekers van TNO hebben geconstateerd dat burn-outklachten onder werknemers zijn gestegen van 11% in 2007 naar 16% in 2017. De cijfers zijn opgenomen in de Arbobalans 2018 die TNO onlangs heeft gepubliceerd. De tweejaarlijkse Arbobalans geeft een overzicht van de kwaliteit van arbeid, de werkgerelateerde gezondheid in Nederland en de ontwikkelingen hierin.
Volgens het onderzoek hebben niet alle werknemers even vaak klachten. Ondanks de slechtere arbeidsomstandigheden rapporteren oproep- en invalkrachten en werknemers met een tijdelijk contract beduidend minder burn-outklachten dan werknemers met een vast contract of uitzendkrachten. Werkgerelateerd verzuim, arbeidsongeschiktheid en zorgkosten kost volgens het onderzoek bijna € 9 miljard per jaar.
Volgens de ondernemersorganisaties kan burn-out ook een gevolg zijn van een opeenstapeling van problemen die zich deels afspelen in de privésfeer. Dit wordt volgens hen ondersteund door het gegeven dat flexwerkers, ondanks de volgens TNO minder goede arbeidsomstandigheden, veel minder problemen ervaren. Volgens de ondernemersorganisaties wijst dit erop dat burn-outklachten niet alleen gerelateerd zijn aan het werk.
Staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil dit jaar onderzoek doen naar de mechanismen achter de verhoogde kans op burn-out bij een aantal risicogroepen.
Bron: VNO-NCW 31-01-2019

Cao-akkoord Metalektro

Afgesproken is onder meer een loonsverhoging in drie stappen: per 1 februari 2019 gaan de lonen omhoog met 3,5%, per 1 augustus 2019 volgt er dan nog een verhoging met € 58 bruto en per 1 januari 2020 een verhoging met € 116 bruto. Door de twee verhogingen met een vast bedrag gaan met name de werknemers in de lagere loonschalen en jongeren er extra op vooruit.
Verder is afgesproken dat gedurende de looptijd van de cao minimaal 3.000 uitzendkrachten een vast dienstverband wordt aangeboden.
Andere afspraken uit het cao-akkoord zijn onder andere een generatiepact (twee varianten zijn afgesproken: 80-90-100% vanaf 60 jaar, of 70-85-100% vanaf 62 jaar), duurzame inzetbaarheid (werknemers krijgen recht op één betaalde dag per jaar om daaraan te werken), afspraken over ploegen, nachtdiensten en consignatie, afspraken over opleiden en ontwikkelen.
De voorstellen worden nu voorgelegd aan de achterban van de werkgevers en bonden. Pas als die met het principeakkoord instemmen, worden de afspraken definitief.
Bron: FME 1-02-2019; CNV Vakmensen 1-02-2019

Verruiming werkkostenregeling

Het is de bedoeling dat de verruiming gaat gelden vanaf 1 januari 2020. Op dit moment mogen werkgevers tot 1,2% van de fiscale loonsom onbelast vergoeden of verstrekken. Dit percentage wordt verhoogd naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de loonsomn. Dit betekent dat werkgevers bij een loonsom van € 400.000 € 2.000 meer aan vrije ruimte in de werkkostenregeling krijgen. Voor het bedrag boven € 400.000 blijft het percentage van 1,2% gelden.
Daarnaast wordt de vergoeding die de werkgever aan de werknemer geeft voor het aanvragen van een verklaring omtrent gedrag (VOG) voortaan toegevoegd aan de lijst vrijstellingen.
De verruiming is een uitwerking van de € 100 miljoen die door het kabinet vorig jaar augustus beschikbaar is gesteld voor lagere lasten op arbeid voor het mkb.
Bron: MvF 1-02-2019

Geen aftrek ondernemingskosten bij dienstbetrekking

In deze zaak had een man één aandeel in een bv, waarvan hij directeur was. De man had zich hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een schuld van de bv en toen de bv vervolgens failliet ging, werd de man aansprakelijk gesteld. Hij voerde nog wel een vrijwaringsprocedure, maar die verloor hij. Vervolgens wilde de man de advocaatkosten en het verlies van de vrijwaringsprocedure aftrekken als ondernemingskosten. De inspecteur weigerde deze aftrek en het hof was het hiermee eens. Want hoewel de man ook nog een eenmanszaak dreef, waren de betreffende kosten gemaakt in het kader van zijn dienstbetrekking. En hoewel hij zich hoofdelijk aansprakelijk had gesteld voor een schuld van de bv, bleef hij werknemer van deze bv en kon hij de gemaakte kosten zodoende niet aftrekken als ondernemingskosten. Daarnaast oordeelde het hof dat er ook geen sprake was van negatief loon.
Bron: Hof Den Haag 29-01-2019

Schatting moet redelijk zijn

In deze zaak had een bv met een Chinese leverancier van ledverlichting een contract gesloten om exclusief in Nederland en België ledverlichting te mogen verkopen. De bv droeg dit exclusieve verkooprecht vervolgens voor een waarde van nihil over aan een concernvennootschap. De inspecteur corrigeerde de waarde van dit contract na een boekenonderzoek naar € 419.000, maar volgens de bv was deze waarde veel te hoog. Ook vond de bv het niet terecht dat de bewijslast was omgekeerd en bezwaard.
Het hof oordeelde dat de omkering en verzwaring van de bewijslast terecht was. De aangifte van de bv vertoonde namelijk dusdanige gebreken dat het verschil tussen de werkelijke belasting en de aangegeven belasting aanzienlijk was, wat de bv volgens het hof wist of behoorde te weten. Hierdoor had de bv niet de vereiste aangifte gedaan en was de bewijslast terecht omgekeerd en verzwaard. Het hof wees er echter op dat de schatting van de Belastingdienst in zo’n situatie wel redelijk moet zijn. In deze zaak was dat volgens het hof niet het geval, aangezien de inspecteur zich op onjuiste uitgangspunten had gebaseerd.
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 15-01-2019

Grote regionale verschillen in ontwikkeling waterschapsheffing

COELO onderzocht de ontwikkeling van de belastingtarieven van waterschappen in de afgelopen bestuursperiode (2015 -2019) met het oog op de naderende verkiezingen voor de waterschapsbesturen op 20 maart.
Met de opbrengst van de zuiveringsheffing betalen de waterschappen het zuiveren van het rioolwater. Gemiddeld betaalt een meerpersoonshuishouden in 2019 € 149 aan zuiveringsheffing, € 20 minder dan in 2015. In Limburg is het tarief met € 144 het laagst, in Delfland met € 281 het hoogst. Het tarief van de zuiveringsheffing is in de afgelopen bestuursperiode het sterkst gestegen in Rijnland waar een meerpersoonshuishouden € 33 euro is gaan betalen. Dat is een stijging van gemiddeld 5,3% per jaar. In Schieland en de Krimpenerwaard is het tarief het sterkst gedaald, met gemiddeld 3,1% per jaar. Daar betaalt een meerpersoonshuishouden € 20 minder dan in 2015.
Met de opbrengst van de ingezetenenheffing betalen waterschappen onder meer het onderhoud van dijken en het wegpompen van water. Gemiddeld betalen huishoudens in 2019 € 88. Het bedrag varieert van € 43 in de Dommel tot € 145 in Delfland. De heffing is sinds 2015 procentueel het sterkst gestegen in Noorderzijlvest in Groningen. Huishoudens in dit waterschap zijn in 2019 € 25 meer kwijt dan in 2015. Dat is een gemiddelde jaarlijkse stijging van 9,5%. De stijging is het kleinst in Rijnland waar een huishoudens € 2,50 meer kwijt is. Overigens betalen huishoudens van Rijnland in 2019 wel meer (€ 105) dan inwoners van Noorderzijlvest (€ 82).
Eigenaren van gebouwen (vooral huiseigenaren) betalen het waterschap de ‘heffing gebouwd’. Ook deze heffing wordt gebruikt om de kosten van dijkonderhoud en waterpeilbeheer te dekken. Het tarief is een percentage van de WOZ-waarde, net als de onroerendezaakbelasting van gemeenten. Gemiddeld zijn huiseigenaren elk jaar 3% meer gaan betalen. In 2019 betaalt een huiseigenaar gemiddeld € 79 voor deze heffing. Dat was in 2015 € 70.
Huiseigenaren in De Dommel zagen de heffing het sterkst stijgen, gemiddeld 5,1% per jaar. In Zuiderzeeland is het tarief het sterkst gedaald, namelijk met gemiddeld een 1,1% per jaar. Het tarief in De Dommel is overigens in 2019 nog steeds veel lager dan het gemiddelde in Nederland.
Bron: RUG 29-01-2019

Overgangsregeling voor Britten na brexit

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gaat de ongeveer 45.000 Britten die rechtmatig in Nederland verblijven in deze periode (15 maanden) uitnodigen om een aanvraag voor een definitieve verblijfsvergunning in te dienen die nodig is na de overgangsperiode. De IND doet dit verspreid over de overgangsperiode, zodat alle betrokkenen in de gelegenheid worden gesteld om hun toekomstig verblijf in Nederland goed te regelen. Britse burgers komen in aanmerking voor deze vergunning als ze voldoen aan dezelfde verblijfsvoorwaarden die gelden voor EU-burgers. Na deze periode is een definitieve verblijfsvergunning nodig.
Britten die momenteel gerechtigd zijn op een verzekering voor de zorgverzekeringswet, een kinderbijslaguitkering, kindgebonden budget of huursubsidie ontvangen, blijven deze ontvangen (blijven hiertoe gerechtigd) gedurende de overgangsperiode, zo lang als men aan de voorwaarden blijft voldoen.
Voor studenten geldt dat recht blijft bestaan op studiefinanciering, net zoals voor andere EU onderdanen.
Britten die pas na de brexit besluiten in Nederland te willen wonen, werken of studeren, kunnen een verblijfsvergunning als derdelander aanvragen. Zij kunnen een verblijfsvergunning wel in Nederland aanvragen en worden vrijgesteld van het vereiste voor een Machtiging tot Voorlopig Verblijf (MVV ), net als bijvoorbeeld Amerikanen, Canadezen, Japanners en Zuid-Koreanen.
Bron: AWVN 10-01-2019; IND 8-01-2019

Effectieve box 3-heffing van 75% hoeft niet buitensporig te zijn

In deze zaak had een vrouw een box 3-vermogen van een kleine € 200.000. Zij moest over 2015 € 1.714 aan vermogensrendementsheffing betalen. Dit was ongeveer 75% van haar werkelijke nominale rendement. Het hof oordeelde echter dat deze heffing voor de vrouw geen buitensporig zware last was, gelet op de omvang van haar vermogen. Uit deze uitspraak blijkt opnieuw dat de belastingrechter de box 3-heffing niet snel als onredelijk aanmerkt. Eerder gingen al veel meer particulieren tevergeefs in beroep tegen de vermogensrendementsheffing over hun spaartegoeden en beleggingen.
Bron: Hof Den Bosch 22-1-2019 (datum uitspraak 9-11-2018)

Innovatiemoeheid remt innovatie

In opdracht van ilionx en QNH Consulting is het onderzoek ‘Peilstok van de Nederlandse innovatie’ uitgevoerd. Uit dit onderzoek komt wel naar voren dat de behoefte om te innoveren vaak voortkomt uit de wens om als organisatie efficiënter te worden (44%), nieuwe producten en diensten te ontwikkelen (30%) en kosten te besparen (30%). Dit is terug te zien in de behaalde resultaten van de belangrijkste innovatieprojecten bij Nederlandse organisaties.
Een ander beeld dat het onderzoek oplevert is dat medewerkers moe worden van weer de zoveelste innovatie. Vaak moeten zij naast hun dagelijkse werkzaamheden aandacht besteden aan innovatieve projecten. Dit vraagt in veel gevallen een extra tijdsinvestering van medewerkers. 38% van de respondenten vindt dan ook dat er vooraf te weinig tijd wordt gereserveerd voor innovatie. Daarnaast is het in 32% van de organisaties niet duidelijk hoe ze moeten innoveren. Deze onduidelijkheid kan ook leiden tot het ‘minder zin hebben in innovatie’. Dit terwijl innovatie juist als middel gebruikt kan worden om medewerkers te motiveren en enthousiasmeren en om medewerkers zichzelf te laten ontwikkelen. Dat gebeurt nu bij slechts een kwart van de bedrijven.
Bron: Ilionx 21-01-2019