Innovatiemoeheid remt innovatie

In opdracht van ilionx en QNH Consulting is het onderzoek ‘Peilstok van de Nederlandse innovatie’ uitgevoerd. Uit dit onderzoek komt wel naar voren dat de behoefte om te innoveren vaak voortkomt uit de wens om als organisatie efficiënter te worden (44%), nieuwe producten en diensten te ontwikkelen (30%) en kosten te besparen (30%). Dit is terug te zien in de behaalde resultaten van de belangrijkste innovatieprojecten bij Nederlandse organisaties.
Een ander beeld dat het onderzoek oplevert is dat medewerkers moe worden van weer de zoveelste innovatie. Vaak moeten zij naast hun dagelijkse werkzaamheden aandacht besteden aan innovatieve projecten. Dit vraagt in veel gevallen een extra tijdsinvestering van medewerkers. 38% van de respondenten vindt dan ook dat er vooraf te weinig tijd wordt gereserveerd voor innovatie. Daarnaast is het in 32% van de organisaties niet duidelijk hoe ze moeten innoveren. Deze onduidelijkheid kan ook leiden tot het ‘minder zin hebben in innovatie’. Dit terwijl innovatie juist als middel gebruikt kan worden om medewerkers te motiveren en enthousiasmeren en om medewerkers zichzelf te laten ontwikkelen. Dat gebeurt nu bij slechts een kwart van de bedrijven.
Bron: Ilionx 21-01-2019

Ook vrijstelling schenkbelasting voor eerdere onderhoudsuitgaven

Een vrouw had onderhoud laten uitvoeren aan haar huis voor een bedrag van € 79.332. Op 16 december 2013 ontving zij van haar ouders een schenking van € 100.000, waarna zij voor nog eens € 28.040 onderhoud aan haar woning liet uitvoeren. Bij de aangifte schenkbelasting deed de vrouw een beroep op de tijdelijke verruiming van de vrijstelling voor een schenking in verband met de eigen woning. De inspecteur accepteerde het beroep op deze tijdelijke verruiming van de vrijstelling alleen voor de kosten ad € 28.040 die de vrouw na ontvangst van de schenking had gemaakt.
De rechtbank oordeelde echter dat de tijdelijke verruiming ook van toepassing was op de onderhoudskosten ad € 79.332 die de vrouw al voor de schenking had betaald. De rechtbank stelde namelijk dat moest worden aangetoond dat de betaling van de schenking was gedaan en dat de betaling van de kosten voor de eigen woning was gedaan. De volgorde van deze betalingen was niet relevant, want volgens de rechtbank was geen volgtijdelijk verband voorgeschreven. En aangezien de vrouw de betalingen kon aantonen, oordeelde de rechtbank dat zij voor alle gemaakte onderhoudskosten een beroep kon doen op de tijdelijke verruiming van de vrijstelling.
Bron: Rb. Gelderland, 21-1-2019

VOF-constructie miste realiteitsgehalte

Een pakketbezorger is samen met andere pakketbezorgers bij een VOF aangesloten. Hij ontvangt maandelijks uit naam van de VOF een bedrag, gebaseerd op het aantal door hem gerealiseerde succesvolle stops of afgeleverde pakketten verminderd met de aan hem toe te rekenen kosten. Tot deze kosten hoort de leaseprijs van de bezorgbus die op naam van de VOF wordt geleased en de kleding die de bezorger dient te dragen. Naast deze maandelijkse bedragen heeft de bezorger in het kader van de verdeling van de winst uit naam van de VOF, niets uitbetaald gekregen.
Op de bus en op de kleding staan de bedrijfsnaam van een andere onderneming dan de VOF.
De dagelijkse leiding op kantoor en de gehele organisatie met betrekking tot de pakketbezorging komt voor rekening van een coördinerende vennoot. Tijdens de tweemaandelijkse vergaderingen worden de bezorgers op de hoogte gebracht van een aantal van de besluiten of handelingen van de coördinerende vennoot. Zij kunnen niet meebeslissen. Bij ziekte zorgt de coördinerende vennoot voor vervanging.
De bezorger krijgt jaarlijks een overzicht van de accountant van de VOF toegestuurd, waarop alleen de aan hem uitbetaalde bedragen staan vermeld. Indien hij trachtte om de jaarstukken bij de accountant op te vragen, werd dat door de coördinerende vennoot verhinderd.
De rechtbank oordeelt dat de VOF realiteitsgehalte mist. Het gaat om een schijnconstructie. De bezorger was verplicht de werkzaamheden persoonlijk te verrichten omdat hij zich niet uit eigen beweging kon laten vervangen door een derde. Hij ontving ook een beloning voor de door hem uitgevoerde werkzaamheden. Verder zag de coördinerende vennoot toe op naleving door de pakketbezorgers/chauffeurs van procedurevoorschriften en instructies. De coördinerende vennoot verkeerde in een zodanige overheersende positie verkeerde dat alle overige vennoten geheel van hem afhankelijk waren en daardoor aan hem ondergeschikt waren.
Bron: Rb. Noord-Nederland 27-11-2018 (publ. 17-01-2019)

Eenmalige verruiming vergunningen voor Aziatische koks

Op dit moment mogen er per jaar duizend koks uit Azië in Nederland aan de slag. Met deze eenmalige verruiming van vijfhonderd extra vergunningen kunnen er dit jaar 1.500 koks aan de slag.
De Aziatische horeca heeft een uitzonderingspositie, omdat zij gespecialiseerde koks nodig hebben die ze in Nederland niet kunnen vinden. Daarom kan de sector, zonder de gebruikelijke voorwaarden bij een tewerkstellingsvergunning, koks uit Azië aantrekken. Daar staat tegenover dat zij koks uit Nederland of de EU opleiden, zodat zij op den duur het specialistische werk kunnen overnemen. Het aantal koks dat in Nederland mag werken wordt daarom ieder jaar afgebouwd.
Bron: Min SZW 24-01-2019

Groene obligaties geen groene belegging

In antwoord op Kamervragen heeft minister Hoekstra aangegeven vrijstelling alleen van toepassing is voor zover het gaat om aandelen in, winstbewijzen van of schuldvorderingen op aangewezen groene fondsen. Alleen banken en beleggingsinstellingen als bedoeld in art. 1:1 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) kunnen als groene fondsen worden aangewezen. Voorwaarde is dat deze groene fondsen hoofdzakelijk (ten minste 70%) investeren in aangewezen groene projecten zoals beschreven in de regeling groenprojecten.
De groene overheidsobligatie is niet als groen project aangemerkt, zodat investeringen van groene fondsen in de groene obligatie niet bijdragen aan het bereiken van de drempelwaarde van 70%.
Bron: MvF 17-01-2019

Hoorrecht niet prijsgegeven na niet-terugkomen op hoorrecht

In deze zaak diende een man een pro forma bezwaarschrift in tegen een opgelegde aanslag IB/PVV. Hierin vroeg hij de Belastingdienst om hem te horen. De inspecteur gaf de man vervolgens de gelegenheid om zijn bezwaar nader toe te lichten. Dit deed de man per e-mail, maar in deze mail kwam hij niet terug op zijn eerdere verzoek om te worden gehoord. Dit was voor de inspecteur reden om aan te nemen dat de man afzag van zijn hoorrecht, waarna hij het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaarde. Maar de Hoge Raad oordeelde dat de fiscus niet te snel mag aannemen dat een belastingplichtige afziet van zijn hoorrecht. De inspecteur had de belastingplichtige eerst moeten horen en pas daarna mogen beslissen op het bezwaarschrift. Daarom bepaalde de Hoge Raad dat de inspecteur de belastingplichtige alsnog moest horen en daarna opnieuw moest beslissen.
Bron: Hoge Raad, 18-01-2019

Geen gelijktijdig gebruik van methodes voor btw-correctie

Als een btw-ondernemer goederen of diensten afneemt voor prestaties die deels btw-belast zijn en deels btw-vrijgesteld, mag hij niet alle voorbelasting aftrekken maar moet hij de betaalde btw corrigeren voor gemengd gebruik. Een fiscale eenheid wilde bij de berekening van de correctie twee methodes gebruiken. Voor een deel van de kosten wilde de fiscale eenheid de correctie berekenen aan de hand van het werkelijke gebruik en voor een ander deel van de kosten wilde de fiscale eenheid de correctie berekenen aan de hand van de pro rata-methode. De inspecteur weigerde dit en paste bij de berekening van de correctie uitsluitend de pro rata-methode toe.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur juist had gehandeld. Het EU-recht biedt weliswaar de mogelijkheid om beide methodes gelijktijdig te gebruiken, maar de Nederlandse wetgever heeft deze mogelijkheid niet doorgevoerd in de wet. Hierdoor staat de Belastingdienst het niet toe om beide methodes gelijktijdig toe te passen en volgens de rechtbank is dit terecht. De Belastingdienst gebruikt in principe de pro rata-methode, tenzij dit niet overeenkomt met het werkelijke gebruik; in dat geval geldt het werkelijke gebruik als verdeelsleutel. Dit is volgens de rechtbank niet in strijd met het EU-recht.
Bron: Rb.Zeeland-West-Brabant 19-7-2018 (publ: 16-1-2019)

Brexit en btw: vraag tijdig btw-verlegging aan

Indien ondernemers goederen invoeren uit een niet-EU-land moet telkens bij invoer bij de Douane, bij de aangifte ten invoer, btw worden betaald. In hun btw-aangifte kunnen ondernemers dan die betaalde btw als voorbelasting in aftrek brengen. Ondernemers die regelmatig goederen importeren uit een niet EU-land hebben echter de mogelijkheid een zogenoemde artikel 23-vergunning aan te vragen. Een ondernemer met een artikel 23-vergunning kan de btw over de geïmporteerde goederen aangeven bij zijn eigen btw-aangifte en tegelijkertijd deze btw ook als voorbelasting in de aangifte aftrekken.
De fiscus raadt aan om tijdig een artikel 23-vergunning aan te vragen. Bij aanvragen voor 1 februari 2019 zal de Belastingdienst voor 29 maart 2019 reageren. Om voor een artikel 23-vergunning in aanmerking te komen, gelden wel enkele voorwaarden: zo moet de ondernemer in Nederland wonen of daar zijn gevestigd, regelmatig goederen importeren uit niet-EU-landen en een aparte administratie bijhouden, waaruit eenvoudig blijkt hoeveel btw bij import moet worden betaald. Daarnaast is jaaraangifte voor de btw niet meer mogelijk en zal de ondernemer dus kwartaalaangiften moeten doen.
Let op: de brief van de Belastingdienst is verstuurd naar ondernemingen die volgens de fiscus voor een artikel 23-vergunning in aanmerking komen. Mogelijk zijn er dus meer ondernemers die een vergunning kunnen aanvragen.
De overheid komt nog met een uitgebreide voorlichtingscampagne over de aanstaande Brexit. De campagne zal gericht zijn op ondernemers in het mkb. Om te kijken wat de impact van de Brexit is kunnen ondernemers nu al online een Brexitscan (via www.brexitloket.nl) doen.
Bron: www.brexitloket.nl; div. media

Eindspurt loonafspraken 2018

In december zijn er 30 nieuwe cao’s tot stand gekomen. In heel 2018 liepen er 412 cao’s af, waarvan er 322 zijn vernieuwd. Voor 78% van de cao’s die vorig jaar waren verlopen is dus een nieuwe cao afgesloten. Dat is in lijn met voorgaande jaren. In de afgelopen tien jaar lag het gemiddelde afgesloten cao’s op 79%.
Bron: AWVN 17-01-2019

Verlaging legestarieven IND

Het tarief voor de aanvraag voor een kennismigrant is gehalveerd en bedraagt nu € 285 in plaats van € 582. Ook de tarieven voor het aanvragen van het erkend referentschap voor grote en kleine bedrijven is verminderd. Voor 2019 bedragen deze € 3.927 (voorheen € 5.345), resp. € 1.963 (voorheen € 2.672).
Bron: IND