Hoorrecht niet prijsgegeven na niet-terugkomen op hoorrecht

In deze zaak diende een man een pro forma bezwaarschrift in tegen een opgelegde aanslag IB/PVV. Hierin vroeg hij de Belastingdienst om hem te horen. De inspecteur gaf de man vervolgens de gelegenheid om zijn bezwaar nader toe te lichten. Dit deed de man per e-mail, maar in deze mail kwam hij niet terug op zijn eerdere verzoek om te worden gehoord. Dit was voor de inspecteur reden om aan te nemen dat de man afzag van zijn hoorrecht, waarna hij het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaarde. Maar de Hoge Raad oordeelde dat de fiscus niet te snel mag aannemen dat een belastingplichtige afziet van zijn hoorrecht. De inspecteur had de belastingplichtige eerst moeten horen en pas daarna mogen beslissen op het bezwaarschrift. Daarom bepaalde de Hoge Raad dat de inspecteur de belastingplichtige alsnog moest horen en daarna opnieuw moest beslissen.
Bron: Hoge Raad, 18-01-2019

Brexit en btw: vraag tijdig btw-verlegging aan

Indien ondernemers goederen invoeren uit een niet-EU-land moet telkens bij invoer bij de Douane, bij de aangifte ten invoer, btw worden betaald. In hun btw-aangifte kunnen ondernemers dan die betaalde btw als voorbelasting in aftrek brengen. Ondernemers die regelmatig goederen importeren uit een niet EU-land hebben echter de mogelijkheid een zogenoemde artikel 23-vergunning aan te vragen. Een ondernemer met een artikel 23-vergunning kan de btw over de geïmporteerde goederen aangeven bij zijn eigen btw-aangifte en tegelijkertijd deze btw ook als voorbelasting in de aangifte aftrekken.
De fiscus raadt aan om tijdig een artikel 23-vergunning aan te vragen. Bij aanvragen voor 1 februari 2019 zal de Belastingdienst voor 29 maart 2019 reageren. Om voor een artikel 23-vergunning in aanmerking te komen, gelden wel enkele voorwaarden: zo moet de ondernemer in Nederland wonen of daar zijn gevestigd, regelmatig goederen importeren uit niet-EU-landen en een aparte administratie bijhouden, waaruit eenvoudig blijkt hoeveel btw bij import moet worden betaald. Daarnaast is jaaraangifte voor de btw niet meer mogelijk en zal de ondernemer dus kwartaalaangiften moeten doen.
Let op: de brief van de Belastingdienst is verstuurd naar ondernemingen die volgens de fiscus voor een artikel 23-vergunning in aanmerking komen. Mogelijk zijn er dus meer ondernemers die een vergunning kunnen aanvragen.
De overheid komt nog met een uitgebreide voorlichtingscampagne over de aanstaande Brexit. De campagne zal gericht zijn op ondernemers in het mkb. Om te kijken wat de impact van de Brexit is kunnen ondernemers nu al online een Brexitscan (via www.brexitloket.nl) doen.
Bron: www.brexitloket.nl; div. media

Eindspurt loonafspraken 2018

In december zijn er 30 nieuwe cao’s tot stand gekomen. In heel 2018 liepen er 412 cao’s af, waarvan er 322 zijn vernieuwd. Voor 78% van de cao’s die vorig jaar waren verlopen is dus een nieuwe cao afgesloten. Dat is in lijn met voorgaande jaren. In de afgelopen tien jaar lag het gemiddelde afgesloten cao’s op 79%.
Bron: AWVN 17-01-2019

Geen gelijktijdig gebruik van methodes voor btw-correctie

Als een btw-ondernemer goederen of diensten afneemt voor prestaties die deels btw-belast zijn en deels btw-vrijgesteld, mag hij niet alle voorbelasting aftrekken maar moet hij de betaalde btw corrigeren voor gemengd gebruik. Een fiscale eenheid wilde bij de berekening van de correctie twee methodes gebruiken. Voor een deel van de kosten wilde de fiscale eenheid de correctie berekenen aan de hand van het werkelijke gebruik en voor een ander deel van de kosten wilde de fiscale eenheid de correctie berekenen aan de hand van de pro rata-methode. De inspecteur weigerde dit en paste bij de berekening van de correctie uitsluitend de pro rata-methode toe.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur juist had gehandeld. Het EU-recht biedt weliswaar de mogelijkheid om beide methodes gelijktijdig te gebruiken, maar de Nederlandse wetgever heeft deze mogelijkheid niet doorgevoerd in de wet. Hierdoor staat de Belastingdienst het niet toe om beide methodes gelijktijdig toe te passen en volgens de rechtbank is dit terecht. De Belastingdienst gebruikt in principe de pro rata-methode, tenzij dit niet overeenkomt met het werkelijke gebruik; in dat geval geldt het werkelijke gebruik als verdeelsleutel. Dit is volgens de rechtbank niet in strijd met het EU-recht.
Bron: Rb.Zeeland-West-Brabant 19-7-2018 (publ: 16-1-2019)

Beperking reikwijdte verklaring geen privégebruik terecht

Een monteur kreeg van zijn werkgever een bestelauto van de zaak waarvoor een ‘verklaring geen privégebruik’ was afgegeven. Voor een procedure in 2013 was de monteur met de bestelauto naar Hof Amsterdam gereden om aan te tonen dat de bestelauto naar ‘aard en inrichting’ uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt was voor vervoer van goederen. Voor alle andere ritten gebruikte de monteur de auto alleen zakelijk. Vanwege deze rit werd een bijtelling wegens privégebruik voor de bestelauto toegepast. Het hof vond dat een ritje naar het hof redelijkerwijs niet kan gelden als een rit waarvoor een bijtelling gold, gezien de reden waarom de monteur met de bestelauto naar het hof was gereden. De correctie vond het hof disproportioneel. De staatssecretaris heeft aangegeven het vanwege het evenredigheidsbeginsel eens te zijn met het hof. Een bijtelling van € 9.201 in een geval als dit is onevenredig in verhouding tot het doel van de controle op gebruikers van een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik.
Met de constatering van het hof dat de correctie vanwege privégebruik niet heeft plaatsgevonden in de actualiteit en in de inkomstenbelasting in plaats van in de loonheffing is de staatssecretaris het niet eens. Het privégebruik vond op 27 februari 2013 plaats terwijl de inspecteur dit pas per brief van 15 december 2015 ter discussie heeft gesteld. Volgens de staatssecretaris schrijft de wettelijke bepaling een dergelijk werken in de actualiteit niet voor en wordt in de wetsgeschiedenis alleen gesproken over het zoveel mogelijk in de actualiteit willen werken. Van moeten is volgens hem dan ook geen sprake.
Op basis van het evenredigheidsbeginsel trekt de staatssecretaris zijn ingestelde beroep in.
Bron: MvF 09-01-2019

Metaal en Techniek: kwantitatief werkingssfeercriterium

In deze zaak is het de vraag of Unis thuishoort onder de werkingssfeer van de Metaal & Techniek. Unis meent dat haar grondige analyse en het testen (en dus niet de reparatie/het onderhoud zelf) de kernactiviteit vormt (vormde) van Unis en dat deze werkzaamheden voor de toepasselijkheid van de werkingssfeerbepalingen los moeten worden beschouwd van de feitelijke reparatiewerkzaamheden. Het hof gaf Unis hierin gelijk.
Anders dan het hof, oordeelt de Hoge Raad dat bij de toepassing van de werkingssfeerbepalingen van de MT-regelingen werkzaamheden die dienstbaar zijn aan de in die bepalingen genoemde werkzaamheden, aan laatstgenoemde werkzaamheden moeten worden toegerekend. Het oordeel van het hof dat de test- en analysewerkzaamheden die door Unis TS worden uitgevoerd – welke werkzaamheden als zodanig niet worden genoemd in de werkingssfeerbepalingen van de MT-regelingen –, niet moeten worden toegerekend aan de door Unis TS uitgevoerde onderhouds- en herstelwerkzaamheden – die wel in die bepalingen worden genoemd –, maar moeten worden gezien als daarvan losstaand, is een onjuiste rechtsopvatting. Vast staat immers dat de test- en analysewerkzaamheden door Unis TS worden uitgevoerd met het oog op uitsluitend de door Unis TS verrichte onderhouds- en herstelwerkzaamheden in de zin van de werkingssfeerbepalingen. Daarmee zijn die test- en analysewerkzaamheden naar hun aard dienstbaar aan de onderhouds- en herstelwerkzaamheden.
Willen laatstgenoemde werkzaamheden naar behoren kunnen worden uitgevoerd, dan zullen immers ook steeds eerstgenoemde werkzaamheden in enige omvang moeten plaatsvinden, teneinde te bezien wat voor onderhoud of herstel nodig is en te bezien of verricht onderhoud of herstel naar behoren heeft plaatsgevonden. Het onderhavige geval verschilt dan ook van het geval dat aan de orde was in het arrest van de Hoge Raad inzake Adimec. Dit wordt niet anders door de vaststellingen van het hof dat de uitgebreide en specialistische kennis en ervaring die Unis TS heeft met betrekking tot genoemde test- en analysewerkzaamheden een ‘unique sellingpoint’ van haar is.
Bron: HR 21-12-2018

Nederlandse bedrijven doen te weinig aan talentmanagement

Dit blijkt uit een onderzoek van organisatieadviesbureau Korn Ferry onder 1.550 bestuurders van de grootste bedrijven in negentien ontwikkelde en zich ontwikkelende economieën.
Volgens Madeline Dessing, managing director bij Korn Ferry Nederland, onderschatten bedrijven het dreigende tekort aan goed gekwalificeerd personeel. Werkgevers investeren volgens haar te weinig in het ontwikkelen van bijvoorbeeld de digitale vaardigheden van hun medewerkers.
Afgezien van de korte bestuurstermijn en het creëren van aandeelhouderswaarde, geven bestuurders aan dat ze talentplanning sowieso behoorlijk uitdagend vinden en dat ze het makkelijker vinden om technische en materiële zaken te regelen. Van de onderzochte bedrijven geeft 67% aan technologie te zien als een topprioriteit voor het ontwikkelen en uitvoeren van de strategie.
In Nederland heeft slechts acht procent van de onderzochte bedrijven een talentstrategie die loopt tot 2030. Ze denken een eventuele schaarste aan talent te kunnen opvangen door zich te oriënteren op andere regio’s. Wereldwijd hebben negen van de tien bestuurders er alle vertrouwen in dat ze goed gekwalificeerd personeel in het buitenland kunnen vinden.
Dessing vindt dat vertrouwen misplaatst, omdat volgens prognoses van Korn Ferry India als enige grote economie een overschot heeft aan hoogopgeleide werknemers in 2030. Volgens haar kunnen bedrijven zich beter richten op het gevuld houden van de talentpijplijn door te investeren in de ontwikkeling van hun eigen werknemers, en door te focussen op wat het bedrijf te bieden heeft als werkgever, zowel in financiële als niet-financiële zin.
Bron: Managementonline.nl, 02-01-2019

Ook bij gebruikte auto mag cataloguswaarde grondslag voor bijtelling zijn

In deze zaak had een werknemer van zijn werkgever de beschikking gekregen over een auto van de zaak. Hij gebruikte deze auto ook voor privédoeleinden en de werkgever paste de bijtelling wegens privégebruik toe. De werknemer was het er echter niet mee eens dat bij de berekening van de bijtelling werd uitgegaan van de cataloguswaarde van de auto, aangezien het om een gebruikte auto ging. De auto was namelijk geïmporteerd uit Duitsland met een datum van eerste toelating van 3 januari 2017 en een datum van inschrijving in het Nederlandse kentekenregister van 20 juli 2017. Volgens de werknemer was het strijdig met het VWEU om de cataloguswaarde van de auto als grondslag voor de berekening van de bijtelling te gebruiken. Hij voerde aan dat werknemers door deze handelwijze de voorkeur geven aan een nieuwe auto en dat zodoende door toepassing van het autokostenforfait (op basis van de cataloguswaarde) een zijdelingse fiscale protectie (bescherming) van binnenlandse auto’s optrad.
De rechtbank vond echter een zijdelings fiscale protectie niet aannemelijk. Het autokostenforfait is onderdeel van de loonheffingen en geen heffing op een ingevoerde auto. En als er al sprake is van een prikkel tot aanschaf van een nieuwe auto, maakt het daarbij niet uit of de auto binnen of buiten Nederland is aangeschaft. Zodoende is de waarderingsregel niet discriminerend. De bijtelling mocht daarom gewoon op basis van de cataloguswaarde worden berekend.
Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant, 08-06-2018 (gepubl. 04-01-2019)

Zonder aangifte moet dga zakelijkheid lening aannemelijk maken

In deze zaak hadden een dga en zijn echtgenote een lening verstrekt aan één van de werkmaatschappijen van hun holding. Toen de dga geen aangifte inkomstenbelasting indiende, legde de inspecteur een ambtshalve aanslag op. Daarna deed de dga alsnog aangifte, waarin hij de lening aan de werkmaatschappij afwaardeerde. De inspecteur nam de aangifte als bezwaarschrift in behandeling, maar ging niet akkoord met de afwaardering van de lening.
De rechtbank stelde dat het normaal gesproken aan de inspecteur is om aan te tonen dat een lening onzakelijk is. Maar omdat de dga geen aangifte had gedaan, lag de bewijslast nu bij de dga. En volgens de rechtbank was de dga er niet in geslaagd om aan te tonen dat de lening zakelijk was. Hij had enkel gesteld dat de lening voortvloeide uit in het verleden gemaakte afspraken, maar hij kon dit niet onderbouwen met een leenovereenkomst. Ook kon hij niet aantonen dat er zekerheden waren gesteld. Bovendien was er nooit op de lening afgelost en werd de rente telkens bijgeschreven. Daarom oordeelde de rechtbank dat de lening onzakelijk was en dat de dga geen afwaardering mocht toepassen.
Bron: Rb. Den Haag, 5-02-2018 (gepubl. 4-01-2019)

Verlaging legestarieven IND

Het tarief voor de aanvraag voor een kennismigrant is gehalveerd en bedraagt nu € 285 in plaats van € 582. Ook de tarieven voor het aanvragen van het erkend referentschap voor grote en kleine bedrijven is verminderd. Voor 2019 bedragen deze € 3.927 (voorheen € 5.345), resp. € 1.963 (voorheen € 2.672).
Bron: IND