Rechter mag hoogte belastingrente niet toetsen

Twee erfgenamen ontvangen ieder een voorlopige aanslag erfbelasting. De Belastingdienst heeft conform de wettelijke bepalingen over de aanslag belastingrente berekend. In het geval van de erfbelasting is de belastingrente gelijk aan de wettelijke rente, maar minstens 4%. Hoewel de erfgenamen van mening zijn dat de inspecteur zich aan de wet heeft gehouden, gaan zij in beroep tegen de in rekening gebrachte belastingrente. Zij stellen dat de in rekening gebrachte rente onredelijk hoog is en dat hierover in de politiek en de media een discussie loopt. Volgens beide erfgenamen moet de fiscus een ander percentage toepassen. Dit percentage zou meer moeten aansluiten op de rente voor staatsobligaties. Maar Rechtbank Den Haag wijst de erfgenamen erop dat het de inspecteur niet vrij staat om van de wet af te wijken. De rechtbank zelf mag evenmin de innerlijke waarde of billijkheid van de wettelijke bepalingen als zodanig toetsen. Toetsing van de wet aan verdragsbepalingen is wel mogelijk, maar deze situatie is hier niet aan de orde. Daarom verklaart de rechtbank beide beroepschriften van de erfgenamen ongegrond.
Rb. Den Haag 28-12-2018 (gepubl. 21-03-2019)

Geen 30%-regeling als buitenlandse werknemer al in Nederland woont

In deze zaak sloot een buitenlandse student in 2013 een arbeidsovereenkomst met een Nederlandse werkgever. De student was in 2010 voor studiedoeleinden naar Nederland gekomen en behaalde in december 2012 zijn Master of Science. Daarom weigerde de inspecteur de toepassing van de 30%-regeling, want hij stelde dat niet was voldaan aan de voorwaarde dat de buitenlandse werknemer uit een ander land was aangeworven, aangezien hij bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst al een woonplaats in Nederland had. Zo woonde de werknemer tijdens zijn studie tot enkele maanden na het aangaan van de arbeidsovereenkomst op een studentenkamer in Nederland. Ook had hij een Nederlandse bankrekening en ontving hij op deze rekening een studiebeurs en stagevergoedingen uit Nederland. Bovendien had de werknemer een Nederlands correspondentieadres. Voor de rechtbank slaagde de werknemer er niet in aannemelijk te maken dat hij wel vanuit het buitenland was aangeworven. Daarom oordeelde de rechtbank dat de inspecteur de toepassing van de 30%-regeling terecht had geweigerd.
Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant, 16-8-2018 (gepubl. 19-3-2019)

Inkomen van werkenden al tien jaar ongeveer gelijk

Bij zzp’ers was dat € 27.500 in 2007 en € 28.000 in 2017 en bij zelfstandigen met personeel € 50.100 in 2007 en € 48.500 in 2017.
Als de pensioenpiek buiten beschouwing blijft, geldt dat werkenden rond hun veertigste levensjaar meestal hun maximale inkomen hebben bereikt. Voor werknemers blijft dit inkomen daarna nagenoeg gelijk tot de AOW-gerechtigde leeftijd, terwijl dit bij zelfstandigen enkele jaren op hetzelfde niveau blijft om vervolgens weer af te nemen. Bij zzp’ers is deze daling aanzienlijk sterker dan bij zmp’ers.
Werkende mannen hebben een hoger doorsnee inkomen dan werkende vrouwen: € 42.300 tegen € 27.100. Tot 25 jaar is er weinig verschil in het persoonlijk inkomen tussen mannen en vrouwen, daarna neemt het inkomensverschil tot aan het 46ste levensjaar alsmaar toe. Pas na het 68ste jaar wordt het onderscheid weer kleiner. Het verschil in inkomen tussen man en vrouw is vooral te verklaren doordat vrouwen vaker in deeltijd werken.
Bron: CBS, 22-03-2019

Woning blijft eigen woning ondanks bruikleenovereenkomst

Een medewerker van het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft in Nederland een woning die kwalificeerde als eigen woning en heeft daar een aantal jaar gewoond totdat het ministerie hem uitzond naar Rusland voor een periode van zeven jaar. Het eerste jaar van uitzending heeft de woning leeggestaan. Hierna heeft de ambtenaar de woning in bruikleen gegeven aan verschillende gebruikers. Eén van de gebruikers was zijn eigen stiefdochter. In geschil bij Hof Den Bosch is de vraag of de woning een eigen woning is gebleven tijdens de periode dat de man in Rusland heeft gewerkt. Tijdens een periode van uitzending naar het buitenland kan de Nederlandse woning namelijk toch een ‘eigen woning’ blijven. Daarvoor is onder meer vereist dat de man de woning niet aan derden ter beschikking stelt. Voor de vraag van terbeschikkingstelling aan derden is het arrest van de Hoge Raad van 7 juni 2013 relevant. Het hof verwijst naar dit arrest. In dit arrest oordeelde de Hoge Raad dat met een leegstaande woning gelijk moet worden gesteld een woning in gebruik bij ‘kraakwachters’. De woning blijft dan een eigen woning. Het hof leidt uit de opgestelde bruikleenovereenkomsten af dat de gebruikers ook hier moeten voorkomen dat de woning wordt gekraakt. Ook volgt uit de overeenkomsten dat de gebruikers geen vergoeding hoeven te betalen aan de eigenaar van de woning voor het gebruik van de woning. Bovendien moeten de gebruikers de woning verlaten als de eigenaar dat vraagt. Volgens het hof is het niet relevant dat de woning één jaar voor het sluiten van de bruikleenovereenkomsten leeg heeft gestaan en evenmin dat de bruiklener een opzegtermijn heeft van één maand. Het hof is van mening dat sprake is van ‘kraakwachters’ in de zin van voornoemd arrest van 7 juni 2013, ook al staat dat niet met zoveel woorden in de overeenkomsten van bruikleen. De woning is daarom niet aan derden ter beschikking gesteld en een eigen woning gebleven gedurende werkzaamheden in Rusland.
Bron: Hof Den Bosch 31-12-2018 (gepubl. 20-3-2019)

Aangaan VOF voor willekeurige afschrijving niet pleitbaar

Een dga heeft aandelen in diverse bv’s. Een van de bv’s heeft tot doel het ontwerpen en produceren van machines of machineonderdelen. Deze bv (Machinefabriek) wilde aanvankelijk zelf investeren in een omvangrijk machinepark. Na advies van de belastingadviseur is de dga met vier anderen een op 1 december 2009 een vof aangegaan en deed de VOF deze investeringen. Door het aangaan van de VOF is de dga in staat zelf willekeurig af te schrijven op de investeringen van bijna € 2 miljoen. Per 30 september 2011 brachten de vennoten hun firma-aandelen ruisend in in een bv. Door de willekeurige afschrijvingen behaalden de vennoten daarbij stakingswinsten, die zij omzetten in een lijfrente. In geschil bij Rechtbank Gelderland is de toepassing van de willekeurige afschrijving, ook is het de vraag of de vergrijpboetes terecht zijn opgelegd. De rechtbank oordeelt dat er geen objectieve voordeelsverwachting heeft bestaan bij de dga bij het aangaan van de VOF. Vanwege het advies van de belastingadviseur is altijd al het idee geweest om de VOF aan te gaan om de vervroegde afschrijvingen op de investeringen te kunnen benutten in privé en de VOF na drie jaar te ontbinden.
De rechtbank oordeelt dat de dga geen pleitbaar standpunt heeft gehad voor het aangaan van de VOF, want de rechtbank vindt het niet aannemelijk dat de dga werkelijk de bedoeling heeft gehad om duurzaam een onderneming te gaan exploiteren. Daarvoor wijst de rechtbank op het feit dat de investeringen eigenlijk bestemd zijn voor Machinefabriek, het advies van de belastingadviseur, het bedrijfsplan, de offertes voor de bedrijfsmiddelen voor Machinefabriek en de onderhandelingen met de bank, waarbij de bestaande relatie met Machinefabriek de doorslag heeft gegeven. De vergrijpboete is terecht opgelegd volgens de rechtbank.
Bron: Rb. Gelderland 14-03-2019

Werkgevers vragen aandacht voor Wet Arbeidsmarkt in Balans

Volgens de ondernemers leidt de wet tot hogere kosten en veel meer administratieve rompslomp bij de inzet van tijdelijk werk, zoals seizoenswerk. De negen organisaties achter de campagne vragen daarom dringend om aanpassing van de wet. Als de WAB in deze vorm doorgang vindt, krijgen ondernemers straks onder meer te maken met een hogere ww-premie als zij tijdelijk werk of extra werk bij pieken aanbieden. Verder pleiten ze nog voor aanpassing van de wet op de volgende punten: geen ww-boete voor seizoens- en ander tijdelijk werk, geen transitievergoeding vanaf dag 1 en behoud van flexibiliteit rond oproepovereenkomsten.
Bron: VNO-NCW, 12-03-2019

Emigratie zeer relevant bij verstrekken lening aan bv

In deze zaak had een man een aanmerkelijk belang in een bv, die op haar beurt weer een meerderheidsbelang had in een andere bv. Beide bv’s waren in Nederland gevestigd. In 2006 emigreerde de man naar België, waardoor hij op grond van de Nederlandse wet werd geacht zijn aanmerkelijk belang fictief te hebben vervreemd, waarna de Belastingdienst hem een conserverende aanslag oplegde.
In 2009 verstrekte de man twee leningen van in totaal € 140.000 aan de dochter-bv van zijn bv, waarna hij in 2011 een waardedaling van zijn vordering op de bv wilde aftrekken als negatief resultaat uit overige werkzaamheden. De Belastingdienst stelde zich echter op het standpunt dat België heffingsbevoegd was ten aanzien van dit verlies en de Hoge Raad was het hiermee eens. Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en België worden vervreemdingsvoordelen uit een aanmerkelijk belang alleen in Nederland belast voor zover de waardeaangroei vóór de emigratie is ontstaan. Doordat deze bepaling ook geldt ten aanzien van schuldvorderingen van een ab-houder op zijn bv, was de afwaardering uitsluitend aftrekbaar voor zover de waardedaling vóór de emigratie was ontstaan. Omdat de leningen pas na de emigratie waren verstrekt, was de afwaardering niet aftrekbaar van de Nederlandse belasting.
Bron: HR, 15-3-2019

Loonafspraken in nieuwe cao’s weer hoger

In 2019 lopen in totaal 415 cao’s af voor 3 miljoen werknemers. Omdat in 2018 74 afgelopen cao’s niet zijn vernieuwd, kan het aantal nieuwe cao’s in 2019 hoger uitkomen dan 415.
AWVN raadt cao-onderhandelaars aan om vooral goed te blijven kijken naar de situatie in de eigen onderneming en eigen bedrijfstak. De bedrijfs(tak)specifieke situatie bepaalt hoeveel loonstijging er mogelijk is. In de bouw en de zorg worden de hoogste loonafspraken gemaakt, terwijl vervoer en landbouw hekkensluiters zijn.
Bron: AWVN, 14-3-2019

Navorderingsaanslagen IB door vrijval balansschulden btw

Een autohandelaar heeft op zijn balans per 31 december 2010 een omzetbelasting schuld van ruim € 104.483 opgenomen. Dit bedrag betrof tot totaal van de omzetbelastingschulden van een aantal jaren. De autohandelaar heeft geen suppletieaangiften ingediend. Na een boekenonderzoek heeft de inspecteur navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd voor de vrijgevallen omzetbelastingschulden. Bij Hof Arnhem-Leeuwarden was het de vraag of de vrijval van de omzetbelastingschulden en de toerekening aan de jaren correct was en of sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde. Het hof heeft in navolging van de rechtbank geoordeeld dat de inspecteur geen ambtelijk verzuim heeft begaan. Hij hoefde na een normale, zorgvuldige kennisname van de aangiften inkomstenbelasting over de verschillende jaren niet te twijfelen aan de juistheid van die aangiften. De bevindingen van het boekenonderzoek dat de Belastingdienst de omzetbelastingschulden die op de balans stonden niet meer kon naheffen, leverden nieuwe feiten op die navordering rechtvaardigden. In een werkinstructie van de Belastingdienst is aan inspecteurs omzetbelasting projectmatig aandacht gevraagd voor de samenhang tussen omzetbelastingschulden op de balans en aangiften omzetbelasting. De inspecteur inkomstenbelasting hoefde deze werkinstructie voor zijn collega’s omzetbelasting niet te kennen. Voorts heeft het hof geoordeeld dat omzetbelastingschulden vrijvallen in het jaar waarin de Belastingdienst niet langer kan naheffen. Eindigt het naheffingstijdvak op 31 december van een jaar, dan valt volgens het hof de omzetbelastingschuld vrij in de winst van het daaropvolgende jaar. Vervolgens begint de navorderingstermijn van vijf jaar te lopen voor de vrijgevallen omzetbelastingschuld in de winst. De Hoge Raad bevestigt de oordelen van het hof zonder nadere motivering.
Bron: HR 15-3-2019

Financieel cv moet werkzoekenden helpen

Dit plan lanceerde minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 12 maart 2019 op een banenmarkt in Gouda. Het gaat om regelingen als loonkostenvoordeel, de no-riskpolis, lage inkomensvoordeel, job coaching, loonkostensubsidie of een proefplaatsing. Werkzoekenden en werkgevers weten vaak niet precies waar zij recht op hebben en hoe groot hun financiële voordeel is.
Werkzoekenden hoeven slechts een paar gegevens in te voeren. De financieel cv-tool produceert automatisch een brief gericht aan de werkgever, met daarin de financiële voordelen de werkgever als hij de werkzoekende aanneemt.
Vooral ouderen, arbeidsgehandicapten en mensen uit de doelgroep banenafspraak kunnen baat hebben bij de tool. Zij kunnen de tool online invullen en de resultaten daarvan meesturen bij een sollicitatiebrief of bespreken bij een sollicitatiegesprek. Werkgevers kunnen de tool ook zelf invullen, aan de hand van gegevens die de werkzoekende aan hen verstrekt.
Bron: Min SZW, 12-3-2019